De Kaapverdische Eilanden hebben een rijke en zeer gevarieerde muzikale historie. Zo is de invloed van het Afrikaanse vasteland groot. Portugese kolonisten brachten in 1462 de eerste slaven naar de eilanden. De muziek die ze meebrachten evolueerde later naar batuque: zang en sensuele dans op ritmische percussie. Uiteraard verboden in de koloniale tijd, maar batuque heeft ondergronds overleefd. Het is naast de funana de belangrijkste muziekstijl op Santiago, het grootste en meest Afrikaanse eiland in de Kaapverdische archipel. De stijl werd van oudsher alleen door vrouwen uitgevoerd na het werk op het land. Zittend in een cirkel slaan zij op de tchabeta, een bundel van doeken die afhankelijk van dikte en het soort stof verschillende percussieklanken produceert. Aldus begeleiden zij hun dansen en liederen, waarin zij de dagelijkse beslommeringen in het dorp bezingen.
De live-optredens van Tcheka en gezelschap zijn bijzonder aantrekkelijk en deze zomer doen ze menig concertzaal en festival in Europa aan.
Over het algemeen zijn de nummers op dit album Lonji bijzonder sprankelend en ingetogen van aard, inclusief Tuti Santiagu, waarbij de lokale trekzak de basis vormt. De meeste van Tcheka’s collega’s van de Kaapverdische Eilanden kiezen overduidelijk voor de Braziliaanse invloed die in de muziekscene heerst, maar Tcheka’s muziek heeft voornamelijk Afrikaanse trekken.
Primeru bes kin ba cinema is een bijzonder nummer en steekt wat mij betreft boven het gemiddelde uit. Het gaat over Tcheka’s eerste bezoek aan de bioscoop. Op de achtergrond hoor je een film afspelen. Met echo-achtige effecten die me weg doen dromen naar zonniger oorden, net als in de film...
























Lonji – Tcheka






23 november 2011
26 september 2011










