Al sinds zijn vroege jeugd in Guinée is Takana Zion fan van Peter Tosh, hoewel hij eerst in de scene van rap en Afrikaanse dancehall verkeerde. De sociaal-politieke situatie in zijn geboorteland doet hem besluiten te emigreren naar buurland Mali, waar hij uiteindelijk zijn mening beter kan uiten in zijn muziek. Hij keert zich af van zijn islamitische roots en bekeert zich tot het rastafarianisme, met de nodige gevolgen voor de relaties met zijn familie.'Takana' betekent 'vernietig het dorp' in zijn moedertaal, Soussou. Het is een bijnaam die al op jonge leeftijd kreeg, waarvan de diepere culturele betekenis me enigszins ontgaat. Uiteraard verraad 'Zion' dat het hier om een bekeerde Rastafarian gaat met een voorliefde voor roots-reggae.
De eerste stappen naar bekendheid
In Bamako bezoekt hij regelmatig een klein platenwinkeltje in de wijk Medina Coura waar hij de roots-reggae ontdekt. Hij ontwikkelt zijn stem verder en ontmoet de inmiddels bekende Tiken Jah Fakoly, die hem als nieuw talent onder zijn hoede neemt. Takana neemt veel materiaal met hem op, waar minstens twee albums van zouden kunnen worden gemaakt, maar zijn muziek ziet uiteindelijk niet het levenslicht.
Beetje bij beetje raakt hij meer vertrouwd in de wereld van de muziek en vindt zijn weg, onafhankelijk van Tiken Jah. Hij besluit om naar Ghana te vertrekken en onderweg in Burkina, ontmoet hij de Jamaïcaanse gitarist Makkalox. Vanaf dit punt was de eerste stap naar de totstandkoming van zijn eerste album Zion Prophet gezet. Takana laat zijn gezicht regelmatig zien in Afrika, wat hem een zekere reputatie en de bijnaam 'le Sizzla africain' oplevert.
De perfecte combinatie
In Bamako ontmoet Takano ook Manjul, die ook betrokken was bij het album van Bishob. Het blijkt een perfecte combinatie te zijn. Manjul was op dat moment net bezig met zijn album Jahtiguiya in zijn studio Humble Ark in de Malinese hoofdstad. Takana werkt mee aan dit album en Manjul produceert daarna Takana's eerste album, dat uitkomt in 2007.
In Frankrijk speelt hij zo'n beetje overal, samen met de band van Manjul. Er wordt langzaamaan gedacht aan een volgend album. Wederom is het Manjul die de productie voor zijn rekening neemt. Ditmaal duiken ze een studio in Parijs in. De lijst van aangetrokken muzikanten is indrukwekkend. Behalve Manjul op de bas (en nog het een en ander) spelen op Rappel â l’Ordre in wording drummers Richacha (Wailers, Alpha Blondy), Jason (Pierpoljak, Admiral T), Pena (Faya Dub), gitaristen Bim (Homegrown, Bost & Bim), Macka Lox (Pierpoljak, Admiral T), Hugues (van Takana's toernees), Mo Kouyaté (Corey Harris), toetsenisten Jimmy (Pierpoljak, Homegrown), Hervé, Moctar (Faya Dub) en de blazers Rico en Thomas (Faya Dub, Raoul Paz, Mad Professor, etc.).
Met één been in de Afrikaanse scene en één in Jamaica, zingen ook Victor Démé uit Burkina Faso en Winston McAnuff van Jamaica ieder op een track mee. Het is geluidstechnicus Godwin Logie, bekend van het label Island en de beste albums van Steel Pulse, die het mixen van het album voor zijn rekening neemt.
Met Rappel â l’Ordre heeft hij een album neergezet, dat zowel stevig en solide klinkt, maar tegelijkertijd een zekere zachtmoedigheid heeft. Onthou die naam dus.

























Rappel â l’Ordre – Takana Zion
