Creativiteitsdip
Volgens onbevestigde geruchten worstelt Salif ook nog eens met een soort van creativiteitscrisis, waarbij hij de muziek waarmee hij is opgegroeid in Mali - dat hij zo verdienstelijk weet te presenteren - en de muziek waardoor hij in Europa wordt beïnvloed niet tot een geheel kan of wil kneden. Een prooi dus voor opdringerige producers met dubieuze plannen.
Deze twijfelachtige situatie dwingt hem er blijkbaar toe een keuze te maken tussen traditioneel Malinees en traditioneel Frans en is de keuze op wonderbaarlijke wijze gevallen op Franse chansons, helaas. Siramory, traditioneel griot van enkele decennia terug, draait zich beslist om in zijn graf.
De nummers zijn bijna allemaal geschreven door gelauwerde Franse chansonniers zoals Michel Berger, Serge Gainsbourg of Bernard Lavilliers, dus dat is het probleem niet, zou je zeggen. Ook de begeleidende muziek is goed genoeg om de cd het voordeel van de twijfel te geven; er komt zelfs djembe en kora in voor. Het punt is de stem van Salif. De stem van de rechtstreekse nazaat van Sunjata Keita - zoals Salif zich graag laat bejubelen - leent zich namelijk beslist niet voor het zingen van de tamelijk strak uitgelijnde melodieën zoals die van de chansons. Daarbij is bovendien nauwelijks ruimte voor de improvisatie die we van hem gewend zijn. Met andere woorden, waar zijn de rotsblokvergruizende kreten, zoals alleen Salif ze kan slaken? Papa Wemba vertolkt toch ook geen Amsterdamse smartlappen, om maar een verre zijstraat te noemen, ook al zouden daar Afrikaanse instrumenten in worden bespeeld? De kwestie is niet eens de ongebruikelijke combinatie, maar simpel en alleen het feit dat het eigene van vooral de artiest bij een dergelijk experiment verloren gaat. Deze ontleent immers diens bekendheid aan de muziekstroming van zijn geboortestreek en in mindere mate aan zijn uitzonderlijke stemkwaliteiten.
Manding-house
Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat Sosie toch een goed album is, als je tenminste niet zou weten dat Salif Afrikaanse roots heeft en beter heeft gepresteerd. De Malinezen zijn overigens zeer te spreken over dit album.
Er staat een reggae-nummer op dat zeer de moeite waard is. Het nummer Ignadjidje, waarvan de originele versie komt uit de film L’Enfant Lion en schittert op Keita’s verzamel-cd The Mansa of Mali... a retrospective, vormt een schril contrast met de rest. Het betreft hier namelijk een remix die wat ons betreft beslist beter had gekund. Voorbeelden van verantwoorde integratie van de house in Manding-muziek vinden we op de recente cd’s van bijvoorbeeld Salif’s goede vriend Mory Kanté het kan dus.
Nee, ik hoor toch liever de goede, oude Salif Keita, zoals we die kennen van Amen uit 1990 en zijn muziek voor die tijd. Niet dat dit album slecht is; het kan alleen veel en veel beter.
Of moeten wij in de nabije toekomst soms ook een Schlager-cd van Youssou N’Dour verwachten?
Moge Allah ons verhoeden.
Deze recensie verscheen eerder in de papieren editie van de Nieuwsbrief van Afrika-Stichting de Baobab.






















Sosie – Salif Keita




































































23 november 2011
26 september 2011







