Zeldzame schoonheid
De muziek van Kasse Mady is schaars, en dat is altijd al zo geweest, sinds de zeventiger jaren. Zijn samenwerkingen met andere artiesten buiten beschouwing gelaten is dit pas zijn vierde solo-album sinds eind jaren tachtig. Daarvoor maakte hij deel uit van het nationale orkest Badéma.
Eens in de zoveel jaar wordt er een nieuw album opgenomen en er wordt niet uit de bocht gevlogen, ook niet als het eigenlijk wel zou kunnen. Diabaté blijft wat dat betreft trouw aan zijn Manding-roots.
Manden Djeli Kan is dus niet zo traditioneel als zijn voorganger, maar de instrumentale akoestische kern blijft. Moriba Koita's ngoni is het centrum. Licht, melodieus, soms bijna kora-achtig, met gitarist Fantamady Kouyate die de leegtes opvult met een zweem van de herkenbare Malinese pingel. De balafon mag uiteraard niet ontbreken, naast een fundament van moderne drums en bas. Om het compleet te maken een schare zangeressen en er is een warm bad ontstaan waarin Kasse Mady zich behaaglijk voelt.
De bijzondere stem van Kasse Mady boezemt vertrouwen in en is gezaghebbend en bijna feilloos vlekkeloos van toon.
Manden Djeli Kan
Met de opnames van dit album werd eind 2007 begonnen en er werden verschillende studios in Bamako en Parijs aangedaan. Kasse Mady zet de luisteraar met zijn nummers aan tot nadenken en schrijft bij voorkeur als het donker is. 'Ik hou van de nacht en zijn stilte om na te denken, werkend aan mijn liedjes. Op dit album heb ik een aantal traditionele nummers met mijn eigen inbreng verrijkt', aldus Diabaté. Zijn liedjes moeten positief bijdragen aan de samenleving en zijn wijsheden levend houden, dat is zijn rol als griot. 'Ik spreek bijvoorbeeld de rijken aan die soms te veel willen opvallen met hun geld. Aan de andere kant zeg ik tegen arme mensen dat ze zich niet moeten laten ontmoedigen en niet verbitterd zijn. Kortom, ik benadruk de deugden van nederigheid.'
Hoogtepunten van het album zijn de opener Bandja, het door percussie gedreven Allah Doundé en het kalme Nankoumandjian, met de bekende Toumani Diabate op kora.
Het is te hopen dat deze grote, te onbekende stem uiteindelijk met recht zal worden toegelaten tot het grote publiek die gevoelig is voor dit soort Afrikaanse muziek.

29 september: 























Manden Djeli Kan – Kasse Mady Diabaté













































1 september 2010