Het album werd geproduceerd door Shawn Amos en Paul Heck. De meest klassieke nummers van het Ierse viertal werd door een groot aantal bekende maar ook jonge Afrikaanse artiesten opnieuw opgenomen, waarbij de typisch Afrikaanse inbreng de nummers nog meer kleur geeft.
Amos was onder de indruk van Bono’s charitatieve werk voor de RED-campagne en de onmiddellijke gevolgen die zijn werk in de regio heeft. Het project werd een uitgelezen gelegenheid om meer bekendheid te geven aan Afrika en zijn moeizame strijd tegen de aids-crisis, extreme armoede en de verspreiding van malaria.
’Paul en ik wilden dat de wereldgemeenschap wat gemakkelijker over de problemen zou kunnen spreken, meer betrokken zouden zijn en ook iets leren over Afrika’, zegt Amos in een persbericht. ’We hebben ons gericht op de grootste successen van de campagnes in de verschillende regio’s en de Afrikaanse artiesten die afkomstig zijn uit deze gebieden. Het is ons doel om het publiek meer te leren over al het goede dat er gebeurt in Afrika, ondanks de problemen. Dit is een project dat Afrika viert!’
Verrassend
Bono en de zijnen hadden waarschijnlijk nooit gedacht dat hun muziek ook met een exotisch sausje geserveerd zou kunnen worden. En het is allemaal verrassend goed uitgepakt. De rock-and-roll die de muziek van U2 zo kenmerkt is weliswaar verdwenen, maar de kracht en de boodschap blijven onverminderd tot de verbeelding spreken.
Angélique Kidjo opent het album met een wonderschone en kippenvel bezorgende vertolking van Mysterious Ways. Ooit gedacht dat het nummer Sunday Bloody Sunday ten gehore kon worden gebracht zonder de scheurende gitaar van The Edge? Bijna onmogelijk om dit nummer op eenzelfde krachtige manier neer te zetten, maar Ba Cissoko doet het. Met de kora. Cheikh Lô heeft misschien nog wel het meest aan zijn versie van I still haven’t found what I’m looking for moeten sleutelen. De karakteristieke stijl van Cheikh en de teksten in het Wolof maken er een geheel nieuwe track van. Ook de bijdrage van Vieux Farka Touré mag er wezen. En Tony Allen vervormde Where the streets have no name tot een typische afrobeat-stamper die niet onderdoet voor het origineel.
Nieuwe ontdekkingen
Verder vinden we Soweto Gospel Choir, Waldemar Bastos, African Underground All-Stars, Sierra Leone’s Refugee All Stars, Vusi Mahlasela, Keziah Jones en Les Nubians ook op de cd terug.
Keziah beschrijft zijn muziek als blufunk, een mengeling van blues en funk, in de meest rauwe betekenis van het woord. Hij speelt gitaar op een aparte en eigenzinnige manier, namelijk door op de snaren te hameren, zoals sommige basspelers doen. En hij schrijft zijn nummers zelf. Deze nigeriaan schijnt net als Fela Kuti vroeger deed met een bloot bovenlijf het podium te betreden. Op deze cd zingt en speelt hij een van U2’s meest bekende nummers One.
Les Nubians is de naam van de groep van de zusjes Hélène en Célia Faussart uit Bordeaux, Frankrijk. Hoewel ze dus in Frankrijk geboren zijn, vertrokken ze met hun ouders naar Tsjaad in de tachtiger jaren. Hun vader is een fransman, terwijl hun moeder uit Kameroen komt. Ze schijnen heel bekend te zijn in Amerika en ze speelden met veel artiesten samen, als Youssou N’dour en Black Eyed Peas, om er maar een paar te noemen.
Voordeel is dat iedereen de nummers van U2 wel kent en talloze keren op de radio voorbij heeft horen komen. Dat zorgt ervoor dat de muziek goed in het gehoor ligt en gemakkelijk blijft hangen. Een aanrader dus voor diegenen die Afrika ook een warm hart toedragen.























In The Name Of Love: Africa Celebrates U2 – Diversen






























































23 november 2011
26 september 2011









