Het werk van Baaba begon met een aantal nieuwe ideëen, die hij in zijn huis-studio in Podor, Senegal, met behulp van technicus
Ron Aslan (die ook aan Firin’ in Fouta meewerkte) en muzikant
Jerry Prince, uitwerkte tot een volwaardig album. Chris Blackwell – inmiddels gepensioneerd – wilde iets met zijn spaarcenten en vrije tijd doen en richtte een nieuw label op. De eerste release op dat label werd Baaba Maal. Hij kreeg van Blackwell voldoende budget om een mooi album te maken. Het is er eentje geworden dat meer links heeft met Jamaica, reggaemuziek en techno dan met zijn Afrikaanse roots.
Artiesten, producenten en technici die meewerkten vormen een indrukwekkende lijst met namen. Zo zingt op een aantal nummers het achtergrondkoortje van de Ierse
Sinnead O’Connor mee, verlenen
Brian Eno en
Howie B. creatieve assistentie, zingt Baaba een duet met Jamaica’s 90-er jaren ‘King of Reggae’
Luciano en produceert reggae-producer
Paul ‘Groucho’ Smykle een aantal tracks op de cd.
Voor wie er van houdt.
Deze recensie verscheen eerder in de papieren editie van de Nieuwsbrief van Afrika-Stichting de Baobab.