Afel's vader was een Peul Songhai muzikant, maar dat is niet wat hij voor zijn zoon in gedachten had. Na een studie in de landbouw, werkte hij vanaf 1978 op het gebied van agrarische ontwikkeling. Toch begon zijn muzikale carrière al in 1968, toen hij dertien jaar was. Hij speelde in de band van zijn oom, Ali Farka Touré, tot het moment dat zijn studie begon.
Het maken van muziek zat hem in het bloed en in de jaren tachtig richtte hij zijn groep Alkibar op, dat 'boodschapper van de grote rivier' betekent in Songhai. Afel speelt gitaar, componeert en zingt. Aan zijn muziek voegde hij elementen toe die niet gebruikelijk zijn in de muziek die bijvoorbeeld zijn oom maakt. Njurkel (een snaarinstrument) en kalebassen die als percussie-instrumenten dienen zijn daar enkele voorbeelden van. De enigszins monotone sfeer die bepaalde instrumenten qua klank voortbrengen, brengt de luisteraar langzaam in een bepaalde roes. Typische griot-onderwerpen, als gedwongen huwelijk, eerbetoon aan de voorouders uit de plaatselijke geschiedenis en ode aan de natuur zijn de belangrijkste thema's van de liedjes. Afel Bocoum zingt voornamelijk in zijn moedertaal Songhai, maar ook Tamasheq, Toeareg en Bambara.
Tabital Pulaaku
Dit is zijn derde album, drie jaar na Niger en het debuut Alkibar uit 2001. Het is Peul-muziek, maar ook Songhai, en vormt een uiting van bewondering voor de man, Afel's oom, die de muziek uit de Sahel, de oorsprong van de blues, tot grote hoogte wist te brengen.
In 2004 en 2005 waren Afel en zijn groep betrokken bij het project Desert Blues, samen met Habib Koité en Toeareg-vrouwen uit Timboektoe. Dit project, dat de aandacht wilde vestigde op de etnische diversiteit van Mali, maakte een reis naar het hart van de Sahara en de Sahel. De drie groepen muzikanten maakten samen een origineel repertoire, waarbij ze elkaar ontdekten en de invloed van de Sahara op de muzikale tradities van elkaar illustreerden.
Op het album vinden we dezelfde muzikanten en dezelfde vrienden terug als op de vorige albums. Deze band – die we eigenlijk een familie mogen noemen – wordt geleid door Sakare Hama, een van de belangrijkste schakels van de band van de oude meester Ali Farka. Centrum van Alkibar is de grote kalebas, die in zijn eentje bijkans meer ritmiek produceert dan een heel gezelschap van djembefoli. Njarka en njurkle – de typische snaarinstrumenten uit deze regio – maken het geluid compleet, toegankelijker gemaakt door de gitaar van Afel. Het resultaat is het massale en onverbiddelijke geluid waarbinnen de intense stem van Afel en het koor in een vraag-en-antwoord-structuur hun weg vinden.
Er is bijna geen soort muziek die zo het geluid van zijn omgeving uitstraalt als die van de oorspronkelijke muzikanten en de blues uit de Sahel. Ali Farka Touré was daar natuurlijk het bekendste voorbeeld van, maar dat erfgoed is zonder verlies ovegegaan op Afel Bocoum & Alkibar.

29 september: 























Tabital Pulaaku – Afel Bocoum & Alkibar













































1 september 2010